Home Press Releases Dutch 2020 COVID-19 CRISIS, WAT NU?
COVID-19 CRISIS, WAT NU?
Saturday, 28 March 2020 17:12

Effect op de economie

De maatregelen die noodzakelijk zijn om de gezondheid van onze gemeenschap te beschermen, hebben als bijwerking dat de economie van Curaçao tot een stilstand is gebracht. De maatregelen worden echter onderschreven door de VBC, aangezien zij noodzakelijk zijn voor het hierna verder functioneren van onze maatschappij en economie. De meeste bedrijven hebben vanwege de maatregelen hun activiteiten volledig moeten staken (met name dienstverleners).

Andere bedrijven moesten vanwege het uitblijven van klandizie, hun deuren tijdelijk sluiten (bijvoorbeeld hotels en restaurants). Weer andere bedrijven kunnen beperkt hun diensten verlenen (dienstverleners die digitaal hun diensten kunnen verlenen) en tot slot zijn er bedrijven die cruciaal zijn die ondanks alles moeten blijven draaien (supermarkten, botika’s, pompstations, tv, radio en kranten). Deze situatie betekent per definitie dat er minder tot niets verdiend wordt door de meeste bedrijven op Curaçao waardoor hun voorbestaan onzeker is geworden. Voor een deel van de bedrijven die vóór COVID-19 crisis reeds in moeilijkheden verkeerden, doordat de economie hiervoor al niet goed draaide, betekent deze crisis het einde van het bedrijf. Daarmee zijn de banen van de werknemers ook niet meer zeker en een deel van de werknemers is zijn of haar baan reeds kwijt.

 

De overheid heeft door de stilstand van de economie ook minder inkomsten via belastingen. Zo zal er veel minder tot geen OB afgedragen worden en zullen er, door het verdwijnen van banen, ook minder sociale premies en loongerelateerde belastingen worden afgedragen, om maar voorbeelden te noemen.

Het is inmiddels duidelijk dat zowel de private sector als de publieke sector in de problemen zijn geraakt, niet alleen financieel, maar ook operationeel. Het effect van deze crisis op de Curaçaose economie is dus van catastrofale omvang en er zijn dan ook harde maatregelen nodig om het hoofd te bieden aan de gevolgen van de crisis.

 

Behoud van banen

De stilstand in de economie heeft als gevolg dat er banen op het spel staan. Vooral in de Horecasector (Hotels, Restaurants en Cafés) is dit een groot probleem. De VBC doet er alles aan in de komende tijd om haar leden bij te staan in het omgaan met de situatie. Op dit moment wordt er grootschalig geïnventariseerd, onder alle leden van de VBC, wat deze crisis voor hun specifieke onderneming betekent en welke specifieke hulp zij nodig hebben om zoveel mogelijk banen te behouden. De VBC en haar leden streven naar het behoud van zoveel mogelijk banen. De VBC zal haar leden ook zo veel mogelijk voorlichten over de mogelijkheden die er zijn om dit streven te behalen. Financiële steun van buitenaf is echter noodzakelijk en onontbeerlijk.

Dat behoud van banen zal niet in alle gevallen mogelijk zijn. In de gevallen waarin er geen andere mogelijkheid is dan de reductie van het aantal arbeidsplaatsen binnen een bedrijf, zal er eerst gekeken worden naar de mogelijkheden van arbeidstijdverkorting van het personeel, teneinde zo min mogelijk personeel te moeten ontslaan. Voor ondernemingen waarvan de omzet tot nihil van de normale omzet is gedaald of die een drastische omzetdaling meemaken (denk aan toeristische branche) zal het in veel gevallen wel betekenen dat er massaontslagen zullen volgen. Het behoud van banen in die ondernemingen is alleen mogelijk met een financiële steun van buitenaf. Die financiële steun is er vooralsnog niet en naar hoe het er nu naar uitziet, zal deze hulp de bedrijven niet tijdig bereiken om dit acute probleem te overbruggen.

 

Voortbestaan van ondernemingen

Ondernemingen moeten de crisis zoveel als mogelijk overleven. Zonder de ondernemingen zal er geen economie zijn en geen banen voor onze lokale bevolking. Het is dus van cruciaal belang dat er door de hele gemeenschap alles wordt gedaan aan het in leven houden van onze lokale bedrijven. Dat kan op veel manieren.

De eerste is natuurlijk het steunen van lokale ondernemingen door lokaal te kopen. Daarnaast kunnen bepaalde ondernemingen de crisis niet overleven zonder verlichting van hun lasten en financiële steun van buitenaf. Er wordt dus een beroep gedaan op banken en andere crediteuren om coulant te zijn gedurende de crisis, maar er wordt ook een beroep gedaan op de Rijksregering om de nodige financiële steun te bieden.

Het voortbestaan van de bedrijven en het zoveel mogelijk behoud van banen is niet onmogelijk. Met andere woorden de situatie dient niet somber te worden ingezien. Het is wel imperatief dat alle actoren gezamenlijk optrekken en werken aan de maatregelen die noodzakelijk zijn om dit te verwezenlijken. Lokaal gaat het primair om de overheid, gevolgd door de private sector en de vakbonden. Als eenieder de handen ineenslaan, dan kunnen de oplossingen worden bereikt, ook als dat gepaard zal moeten gaan met offers om een groter goed te beschermen. Samen zullen er maatregelen genomen moeten worden om financiële steun te verkrijgen en deze op een ordentelijke manier te distribueren onder zij die het nodig hebben. Samen zullen er maatregelen genomen moeten worden om al dan niet tijdelijk de “cost of doing business” drastisch omlaag te halen. Een voorbeeld is het verlagen van de kosten gerelateerd aan utiliteitsbedrijven. Samen zullen er maatregelen genomen moeten worden om een verbetering van efficiëntie teweeg te brengen, die op de middellange termijn voordeel oplevert voor onze economie. Het zijn zaken die al jaren aangepakt hadden moeten worden en die nu noodgedwongen gedaan zullen moeten worden als overlevingsstrategie.

 

Doorbetaling van salarissen

Naar verwachting zullen de meeste ondernemingen in staat zijn om het salaris over maart uit te betalen. In veel gevallen betekent het wel dat andere verplichtingen van de ondernemingen niet betaald kunnen worden. Er wordt dus prioriteit gesteld aan het betalen van de salarissen in maart.

Dit zal naar verwachting in april anders zijn. In april zal er onvoldoende tot geen omzet zijn gemaakt om de salarissen uit te betalen. Zonder financiële steun van buitenaf zullen de meeste ondernemingen dus moeite hebben met het betalen van de salarissen in april en verder, in ieder geval voor zolang deze crisissituatie voortduurt.

 

Geen schaarste van levensmiddelen

Er is door berichtgeving in de media enige onrust ontstaan onder de bevolking, waarbij ten onrechte wordt gevreesd voor schaarste van levensmiddelen. Zowel de importeurs als de supermarkten houden grote voorraden levensmiddelen aan op het eiland. Dit is formeel bevestigd door zowel de vereniging van importeurs “BVCA” als door de vereniging van supermarkten “SUVECU”. Er is dus geen enkele reden voor paniek. Er is voor zeker 2 tot 3 maanden voorraad aanwezig op het eiland en daarnaast is er voor nog zeker een additionele maand voorraad in containers onderweg naar Curaçao. Vooralsnog is er in de toevoer van nieuwe voorraden naar het eiland geen verandering gekomen, zodat naar verwachting er ook in de toekomst geen schaarste zal kunnen ontstaan. Wel worden er door SUVECU en BVCA de nodige plannen gemaakt om te kunnen omgaan met een situatie van schaarste in de winkels. Dit is slechts een voorzorgsmaatregel om voorbereid te zijn op een hypothetische situatie en uitdrukkelijk dus geen maatregel om nu in te grijpen in de huidige situatie. De gecreëerde onrust is dus ten onrechte en met name namens onze leden BVCA en SUVECU benadrukken wij dat het om fake news gaat.

 

JA, ER IS LEVEN NA COVID-19.  

 

Overbrugging COVID-19

Er dient op de kortst mogelijke termijn een noodfonds te worden ingericht waarvan de definitieve omvang in de komende twee weken wordt berekend door de relevante instanties (CBCS en MEO) ondersteund door b.v. het IMF. Omdat Nederland vooralsnog (een groot gedeelte van) dit bedrag zal financieren, kan een groot deel van dit fonds tevens beschouwd worden als ondersteuning van de betalingsbalans van Curaçao. Naast hulp ten behoeve van werkgelegenheid is de hulp ten behoeve van de betalingsbalans essentieel.

Het noodfonds dient primair te worden besteed ten behoeve van het behoud van zoveel mogelijk arbeidsplaatsen, in welke vorm dan ook. Hierbij kan mede gedacht worden aan het ondersteunen van bedrijven om zoveel als mogelijk ontslagen van werknemers te vermijden tijdens het diepste dal van de crisis. Dit wordt als essentieel beschouwd. Om de besluitvorming te bespoedigen zou het wenselijk zijn om, zoveel als mogelijk, aan te sluiten bij de maatregelen zoals deze binnen het Koninkrijk reeds zijn aangekondigd.

Voorts is het wenselijk om naast voornoemde eerste acute fase per ommegaande plannen te ontwikkelen voor de tweede middellange termijn. Deze plannen zouden in het bijzonder moeten zien op het voorbereiden van de belangrijkste groeisectoren voor de periode direct na de initiële crisis. Van belang is hier wederom het behoud en waar mogelijk een uitbreiding van de werkgelegenheid op de langere termijn.

Tot slot zal er in de laatste fase een lange termijn hervorming moeten worden doorgevoerd. Hierbij zal een verdergaande hervorming van in ieder geval de volgende aspecten dienen plaats te vinden:

  1. Moderniseren en innoveren van de fiscale stelsels en uitvoering (b.v. aan de hand van de respectievelijke IMF- adviezen, die eventueel nog geüpdate zouden kunnen worden naar aanleiding van de nieuwe situatie);
  2. Modernisering en innoveren van de arbeidswetgeving;
  3. Modernisering en innoveren van de vergunningen raamwerk (wegnemen “Redtape”);
  4. Modernisering, innoveren en sanering van de gezondheidssector in brede zin (betere balans tussen care en cure).
  5. Moderniseren en innoveren van de inrichting van onze economische en sociale structuren waarbij randvoorwaarden zoals zelfredzaamheid (individueel en maatschappelijk), voedselveiligheid, alternatieve energie en goed en hoogwaardig onderwijs centraal staan.

Het is in dit verband wenselijk om bij de ontwikkeling van de plannen alle relevante actoren - overheid, werknemers en werkgevers - voldoende te betrekken doch in een kleine daadkrachtige setting waarbij snel en kordaat kan worden besloten en opgetreden. Het uiteindelijke belang dient immers het welzijn van de gehele gemeenschap te zijn waarin wij allemaal een belangrijke rol dienen te vervullen.

Naast de plannen en de financiering van het noodfonds is de uitvoering wellicht van het grootste belang. In Nederland heeft het immers, na het formuleren van de plannen, bijna twee weken geduurd voordat tot de uitvoering kon worden overgegaan. Deze vertraging dient in alle gevallen op Curaçao te worden voorkomen. Wij stellen voor om zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande structuren en controlemechanismes die op basis van duidelijke aanwijzingen de uitvoering van de financiële steun voor hun rekening nemen.

Het Land dient, in overleg met Nederland, een nader te bepalen bedrag ter beschikking stellen van de Commissie Uitvoering Noodsteun. Het is onmogelijk om nu al een exact bedrag te noemen en dit kan door de diverse instanties in samenwerking met externe adviesorganen (b.v. het IMF) worden berekend. In de tussentijd, voor de meest acute gevallen zou in ieder geval een reservering van een bedrag van ANG 0,5 mrd, op basis van de huidige informatie, het meest realistisch zijn.

Ervan uitgaande dat Nederland de financiering faciliteert, dient het noodfonds onder toezicht van de DNB door de CBCS aangevuld met een klein aantal onafhankelijke specialisten te worden beheerd. Deze kleine commissie wordt gecontroleerd door de Algemene Rekenkamer van Curaçao.

Om de uitgifte van gelden goedkoop, snel en toch beheerst te doen verlopen, zullen de lokale banken, die onder toezicht staan van CBCS, als primaire uitvoerders functioneren. Zo wordt gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur, de banken kennen namelijk de “klanten” die in aanmerking komen voor noodhulp en hebben de middelen om te toetsen of de noodhulp verzoekers aanspraak maken op de middelen, mits de richtlijnen duidelijk zijn. Ook de hulp die wordt verleend door b.v. Aqualectra zou via deze structuur dienen te verlopen v.w.b. de financiële afhandeling.

De onder toezicht staande banken doen de verzoeken bij de commissie voor gebruik van de middelen en leggen verantwoording af aan de commissie over het gebruik van de middelen.

 

Wederopbouw na COVID-19

De VBC benadrukt dat er licht is aan het eind van de tunnel en dat er zeker reden is (ondanks alles) om positief gestemd te zijn over de toekomst van ons eiland. Het vergt wel inzet en offers om door deze crisis heen te komen, het zal niet vanzelf gaan. Met name ligt de nadruk na de crisis op innovatie, automatisering, en andere efficiëntie-verhogende factoren. De concurrentiepositie van Curaçao zal sterk verbeterd moeten worden. Dat is nu niet meer een luxe, maar een noodzaak om te overleven. De eerste bouwstenen voor die nieuwe toekomst moeten nu worden gelegd.

Het is van essentieel belang dat de overheid het bedrijfsleven betrekt in de besluitvorming omtrent de maatregelen die genomen worden in de bestrijding van deze crisis en het mitigeren van de gevolgen van de crisis. In beide gevallen zijn de beslissingen die nu genomen worden, bepalend voor de wijze waarop wij verder zullen moeten na de crisis. Beslissingen die een breed draagvlak hebben en die zijn genomen met inachtneming van alle relevante factoren, zijn nodig om de eenheid in onze gemeenschap te behouden en zo ook de samenwerking die nodig gaat zijn voor een wederopbouw te garanderen.

Het is nu tijd om de daad bij het woord te voegen ten aanzien van het adagium “Steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan”. Met een versterking van de Koninkrijksbanden en bijstand van de rijksregering kan gewerkt worden aan een nieuwe toekomst.

 

Curaçao, 27 maart 2020
Bestuur VBC

 

 

 
Copyright © 2020 Vereniging Bedrijfsleven Curaçao. All Rights Reserved.
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.